Van praktijk naar onderzoek: indicatiecriteria voor individuele- en groepsschematherapie voor jongeren
Schematherapie werkt; daar zijn therapeuten én onderzoekers het over eens. Zowel individueel als in de groep zien we mooie effecten bij jongeren. Maar… wanneer is groepsschematherapie écht passend? En wanneer juist individueel behandelen? Een vraag die in de praktijk dagelijks speelt, maar waarop onderzoek nog geen antwoord heeft.
Marlieke Wilms, GZ-psycholoog in opleiding tot Specialist bij Forte GGZ, senior schematherapeut VSt, doet promotieonderzoek naar schematherapie bij jongeren. Zij deelt in deze nieuwsbrief de voorlopige resultaten uit haar studie en roept behandelaren en jongeren op om ervaringen of ideeën hierover te delen met haar.
Indiceren
Uit focusgroepen met schematherapeuten blijkt dat dit indicatieproces allesbehalve eenvoudig is. Het gaat om een afweging van cliëntfactoren (context, systeem, reflectief vermogen, mate van internaliserende of externaliserende problematiek), groepsfactoren (samenstelling, dynamiek, beschikbare groepen) én therapeutfactoren (ervaring, voorkeur, samenwerking met een co-therapeut en de mate van ondersteuning via intervisie/supervisie).
Ook jongeren zelf benadrukken in interviews het belang van groepssamenstelling en -dynamiek voor hun behandelsucces. Tegelijkertijd blijken er specifieke factoren bepalend. Sommigen voelden zich veiliger in de groep, bijvoorbeeld bij een hoge score op het schema Wantrouwen of het schema Falen/Mislukken (ontstaan door prestatiedruk vanuit ouders). Anderen ervoeren juist meer steun in individuele therapie, bijvoorbeeld wanneer een hoge score op het schema Falen/Mislukken voortkwam uit pestervaringen of wanneer zij wel, maar inconsistente steun van ouders kregen.
Veel jongeren zagen individuele schematherapie als een plek voor inzicht in persoonlijke patronen, verwerking van trauma’s en voorbereiding op de groep. De groep werd juist ervaren als dé setting om patronen echt te doorbreken, steun te ervaren en te ontdekken dat ze niet de enige waren.
Toch missen we nog belangrijke puzzelstukjes: Waarom stoppen jongeren met individuele- of groepsschematherapie en om welke jongeren gaat het? Zijn er nog andere factoren die een rol spelen in het behandelsucces? En hoe kijken schematherapeuten die met name individueel werken naar deze factoren?
Heb jij als behandelaar ervaringen of ideeën die hierop aansluiten? Of ken jij jongeren die iets willen delen over hun behandeling? Laat het weten aan Marlieke Wilms via: m.wilms@forteggz.nl of 06-61 74 98 09.