Michiel F. van Vreeswijk promoveert op modulaire/kortdurende groepsschematherapie
Op 19 december vorig jaar is Michiel van Vreeswijk, klinisch psycholoog en psychotherapeut, gepromoveerd. Vanuit de VSt feliciteren wij hem van harte met deze mooie mijlpaal en nemen we jullie graag mee in zijn bevindingen.
In zijn proefschrift Monkeyrocks and steppingstones to change; Schemas and Modes in Brief Group Schematherapy onderzoekt hij hoe modulaire en kortdurende groepsschematherapie (GST) in de dagelijkse GGZ-praktijk vorm kan krijgen, wat het oplevert voor cliënten en welke factoren helpen voorspellen wie er het meeste baat bij heeft. De bevindingen zijn hoopgevend én praktisch relevant.
Doel proefschrift:
Het proefschrift had als doel:
- Het in kaart brengen van de opleiding en competenties die therapeuten nodig hebben om GST te geven;
- Nagaan hoe cliënten modulaire/kortdurende GST ervaren;
- Onderzoeken welke factoren (schema’s/modi en profielbenadering) de uitkomst van de kortdurende (groeps)schematherapie kunnen voorspellen.
Belangrijkste uitkomsten
- Effecten in de praktijk: In natuurlijke (niet-academische) settingen lieten cliënten na korte GST substantiële afnames zien in psychische klachten en in disfunctionele schema’s en modi. De uitvalpercentages waren laag (≈18–25%). Cliënten benoemden onder andere de normaliserende en motiverende werking van de groep.
- Tevredenheid telt: Cliënten waren zeer tevreden over het groepsprogramma (informatie, gedeelde besluitvorming, therapeuten), en tevredenheid correleerde niet simpelweg met meer afname van de gerapporteerde klachten; een pleidooi om patiënttevredenheid standaard mee te nemen als uitkomst.
- Voor wie werkt het (extra) goed? Een persoonsgerichte profielbenadering (latente klasse-analyse van schema’s/modi) voorspelde de uitkomst beter dan losse schalen alleen. Met andere woorden: mensen werden niet beoordeeld op losse schema- of modusscores, maar ingedeeld in groepen met vergelijkbare schema/modus-combinaties, wat beter laat zien wie welke behandeluitkomst heeft. Met name cliënten met een externaliserend profiel lieten de meeste verbetering zien in kortdurende GST; internaliserende profielen verbeterden minder snel.
- Format doet er mogelijk minder toe dan gedacht: Tussen verschillende (korte) schematherapie formats werden geen betekenisvolle uitkomstverschillen gevonden, wat stepped care en een modulaire insteek ondersteunt.
Belangrijkste beperkingen
- Open-label & naturalistisch: Een aantal studies had geen controlegroep en werd uitgevoerd met routine outcome monitoring (ROM). Dat vergroot de toepasbaarheid, maar beperkt de interne validiteit en maakt dat terughoudendheid over causaliteit noodzakelijk is.
- Meetmomenten & bias: Relatief weinig meetmomenten en cliënten die mogelijk hun therapeuten willen plezieren kunnen de effecten kleuren.
- Variatie in training/implementatie: Verschillen in therapeutervaring en uitvoering tussen settingen blijven een aandachtspunt voor behandeltrouw.
Wat kunnen we nú doen in de praktijk?
- Werk met profielen, niet alleen met schalen: Gebruik bij intake schema-/modiprofielen om te bepalen wie profiteert van (modulaire/ korte) groepsschematherapie en wie mogelijk meer therapie/nog meer maatwerk nodig heeft.
- Integreer cliënttevredenheid in ROM: Meet en bespreek tevredenheid systematisch naast klachten. Het ondersteunt gedeelde besluitvorming, tijdige bijsturing, en het bepalen van voldoende behandelduur.
- Geef groepsschematherapie een belangrijke plek in stepped care: Zet kortdurende groepsschematherapie in als eerste of tweede stap binnen modulaire trajecten.
- Let op ‘te gezond’ lijkende profielen: Een hoog Gezonde Volwassene en Blije Kind met een laag Kwetsbare Kind modus kan in de context van een behandeling in de GGZ wijzen op vermijding, alexithymie, narcisme of beperkt ziekte-inzicht. Deze hypotheses actief testen in plaats van aannemen dat het louter veerkracht is, is het advies.
- Behandelinhoud transparant en trouw: Gebruik duidelijk beschreven modules (cognitief, experiëntieel, gedrag met daarin de limited reparenting/refamilying). Zorg voor twee ervaren, in groepstherapie-opgeleide, co-therapeuten en maak groepsfeedback op meerdere momenten standaard.
- Organiseer voor opleiding & implementatie. Investeer in kerncompetenties (empathische confrontatie, werken met modi in de groep, crisisfasen hanteren) en supervisie in groepsschematherapie passend bij het competentieniveau van de behandelaren.
Op dit moment is Michiel van Vreeswijk betrokken bij meerdere vervolgonderzoeken, waaronder de TENGO-studie (een multicenter non-inferiority trial waarin 18 sessies groepsschematherapie worden vergeleken met 36 sessies), twee meta-analyses naar de effectiviteit van groepsschematherapie, een naturalistische studie naar groepsschemaleertherapie voor GGZ-professionals en een single-case experimenteel design naar schema-trauma intensieve dagbehandeling.
Voor wie enthousiast is geworden: er zijn nog enkele exemplaren van het proefschrift beschikbaar voor geïnteresseerden in Nederland. Wie het proefschrift graag wil ontvangen, kan een e-mail sturen met naam- en adresgegevens naar monkeyrocksteppingstones@gmail.com, zolang de voorraad strekt.