Interview met Michiel van Vreeswijk ‘sciene and research coordinator’ ISST
Op de Inspire conference in Thessaloniki hebben we (het International Connections Committee) Michiel van Vreeswijk geïnterviewd over zijn ervaringen als science en research coördinator in de executive board van de ISST en zijn aanbevelingen voor de Nederlandse vereniging.
Volgens Michiel bevindt zowel de Nederlandse als de internationale vereniging zich nog in een relatief jonge ontwikkelfase.
Michiel kijkt met gemengde gevoelens naar de huidige ontwikkelingen binnen de ISST-vereniging.
In de ISST zijn veel structuren in de loop der jaren ontstaan rondom personen en persoonlijke overtuigingen. Daardoor ontbreekt het soms nog aan heldere, breed gedragen procedures. Hij noemt bijvoorbeeld klachtenafhandeling, besluitvorming en governance als terreinen die verdere professionalisering vragen. "Te vaak worden discussies nog gevoerd vanuit persoonlijke standpunten, terwijl we juist zouden moeten kijken naar statuten, procedures en transparante stappenplannen."
Zijn periode in het bestuur ISST omschrijft hij als intensief. Op sommige momenten heeft hij serieus overwogen om te stoppen. "We leven in interessante tijden," zegt hij met enige voorzichtigheid. "Er is veel spanning geweest en soms ook veel agressie in de onderlinge communicatie." Toch besloot hij te blijven, mede vanwege zijn betrokkenheid bij het congres en het gevoel dat er onvoldoende menskracht beschikbaar was om belangrijke projecten af te ronden.
Over het congres is hij positief. De keuze om enkele internationaal bekende sprekers uit te nodigen, zoals Wendy Behary en andere bekende schematherapeuten, was volgens hem mede ingegeven door de wens voldoende deelnemers te trekken. Tegelijkertijd erkent hij dat het reviewproces rondom presentaties niet altijd soepel is verlopen.
Michiel ervaart dat oude patronen binnen de ISST-vereniging hardnekkig zijn. Hoewel er de afgelopen jaren sprake is geweest van vernieuwing in het bestuur, merkt hij dat bepaalde dynamieken steeds terugkeren. "Cultuur verandert niet vanzelf. Sommige patronen zitten diep verankerd."
Hij noemt als voorbeeld het bestaan van werkgroepen die jarenlang bleven voortbestaan zonder duidelijke democratische legitimatie. Het huidige bestuur heeft veel van deze structuren opgeheven. In plaats daarvan wil men werken met tijdelijke projecten waarin leden zich voor een afgebakende periode kunnen inzetten. Volgens Michiel sluit dat beter aan bij transparantie en betrokkenheid van de leden.
Wanneer hem gevraagd wordt naar zijn eigen bijdrage, noemt hij procesbewaking en aandacht voor groepsdynamiek. Hij staat bekend om zijn stijl van empathisch confronteren: het bespreekbaar maken van wat zich in de onderstroom afspeelt zonder het contact te verliezen. Dat wordt niet altijd door iedereen gewaardeerd, maar hij ziet het als een noodzakelijke voorwaarde voor gezonde samenwerking.
Een complicerende factor is volgens hem dat bestuursleden elkaar vrijwel uitsluitend online ontmoeten. Daardoor ontstaan minder mogelijkheden voor informele verbinding en wederzijds begrip. Vertrouwen opbouwen kost daardoor meer tijd.
Na het congres wil Michiel opnieuw bekijken welke rol hij in de toekomst wil spelen. Voor nu blijft hij zich inzetten vanuit loyaliteit aan de ISST-vereniging en vanuit de overtuiging dat verdere professionalisering mogelijk is, mits die hand in hand gaat met openheid, verbinding en een gezonde verenigingscultuur.
Voor de nieuwsbrief heeft hij dan ook een duidelijke boodschap. Hij pleit voor meer verbinding tussen leden, meer samenwerking met de internationale gemeenschap en vooral veel aandacht voor het opzetten van wetenschappelijk onderzoek. Volgens hem loopt Nederland op dit gebied voorop en ook in de professionalisering van onze beroepsgroep (BIG-register) in vergelijking met andere landen. Een voortrekkersrol die we moeten blijven koesteren?
Een belangrijk thema voor hem is de opleiding van nieuwe schematherapeuten. Volgens Michiel bestaat het risico dat certificering en beoordeling te zwaar worden aangezet. Hij heeft voorbeelden gezien van zeer competente collega's die tijdens hun opleiding werden afgewezen, wat veel verdriet en frustratie veroorzaakte. "Je kunt een heel boekwerk maken van alle eisen en procedures," zegt hij, "maar uiteindelijk geloof ik dat opleiden een continu ontwikkelproces is. We moeten de lat hooghouden, maar ook oog houden voor groei en ontwikkeling."
Daarnaast waarschuwt hij ervoor dat de vereniging niet moet doorschieten in regelgeving. "Kwaliteit is belangrijk, maar toegankelijkheid ook. Uiteindelijk moet de vereniging er zijn voor alle leden."
Door Manolya Aydagül en Annemarijn Spaans.