Schematherapie

voor persoonlijkheidsproblematiek

WORKSHOP RONDE 1

WORKSHOP RONDE 1 – 11.15 – 12.45

Het grote spel van Buien en Valkuilen, voor alle leeftijden.

door Marja Nijhoff – Huysse

‘Het Grote Spel van Buien en Valkuilen, leer ze snappen en overwinnen!’ werkt met visuele beelden van modi, therapietechnieken, het therapieproces en de casusconceptualisatie als verbindend hulpmiddel bij schematherapie bij alle leeftijden en doelgroepen.

Door het visualiseren van schema- modi , ouder- en kindmodi en copingmodi als plaatjes op kaartjes herkennen cliënten zichzelf en hun problemen sneller, waardoor de verbinding met hun therapeut makkelijker tot stand komt. De therapeut kan ook sneller aan de hand van de kaartjes de verbinding leggen tussen de problematiek van de cliënt, de samenhang met actueel gedrag en gevoel en de basisbehoeften waaraan in de kindertijd niet voldaan werd.

De verbinding tussen de elementen van de casusconceptualisatie worden glashelder in een kleurige tekening van een boom. Het therapieproces is gesymboliseerd als stappen uit de valkuilen op weg naar je ‘gelukkige, wijze Ik ‘en legt duidelijke verbindingen tussen hulpvragen en therapietechnieken.

Voor kinderen en jeugdigen zijn er veel extra spelelementen om het bezig zijn met je problemen spannend en aantrekkelijk te maken: het legt zo de verbinding tussen verbeeldend spel en met woorden je problemen en wensen leren uitdrukken.

Tenslotte kan het meer non-verbaal bezig zijn met de spelmethodiek bij partners, gezinnen, ouders, ouder -kind of in een kleine therapiegroep tot snelle, ontroerende en stimulerende verbindingen leiden.

De therapeutische relatie wordt bespreekbaar door onderlinge interacties met modikaartjes in beelden neer te leggen. Zo verdiept de verbinding tussen therapeut en cliënt zich verder.

In de workshop wordt de werkwijze met het materiaal uitgelegd en er wordt mee geoefend.

Zie ook: www.schematherapiespel.nl.

Triggeren modi elkaar – een dynamisch modusmodel

door Fieke Bosma en Marjan Schreurs

Bij een meerstoelentechniek schuif je er nog maar weer een stoel bij, maar hoe verhouden verschillende modi zich tot elkaar en hoe maak je hier gebruik van in experiëntiële oefeningen? Niet alleen de verbinding tussen schema’s en modi is van belang, maar ook de verbinding tussen de verschillende modi onderling. Dit zegt iets over het patroon waar de patiënt in terecht komt, de ene modus roept de andere op, of de een versterkt de ander. De escalatie maakt het moeilijker om ‘gezond’ te reageren. Enerzijds is het van belang om te analyseren wat het patroon is van opeenvolgende modi, hoe ziet een dynamisch modusmodel er uit? Anderzijds hoe pak je een veelheid aan samenhangende modi aan in de sessie?  In deze workshop wordt theoretisch en praktisch gekeken hoe verschillende modi zich tot elkaar verhouden en of en op welke manier modi elkaar kunnen triggeren. Daarnaast zal worden geoefend dan wel gedemonstreerd op welke manier in de sessie de dynamiek tussen verschillende modi inzichtelijk kan worden gemaakt en worden bewerkt.

Schematherapie en EMDR

door Hellen Hornsveld en Annemieke Driessen

In het kader van het congresthema leggen wij verbinding tussen schematherapie en EMDR. Beide behandelmethodes leggen veel nadruk op het ‘repareren’ van de invloed van beschadigende ervaringen op het heden. Bij zowel EMDR als Schematherapie wordt het van belang geacht om de meest relevante, nare herinneringen van hun emotionele lading en disfunctionele betekenis te ontdoen. De gebruikte zoekstrategieën en technieken van beide methoden verschillen van elkaar, maar blijken in de praktijk zeer goed met elkaar gecombineerd te kunnen worden en elkaar aan te vullen. In deze workshop wordt aangeven op welke punten beide methodes elkaar aanvullen, kunnen worden afgewisseld en/of geïntegreerd. De belangrijkste thema’s die aan bod komen, zijn 1) de keuze tussen IR en EMDR of een combinatie, 2) de werkwijze ‘EMDR rechtsom’ binnen een persoonlijkheidsbehandeling. Theoretische inzichten zullen worden gekoppeld aan concrete praktijksituaties. De bijeenkomsten hebben een interactief karakter. Deelnemers hebben bij voorkeur een EMDR-basistraining gevolgd.   Literatuur:  Dijk, J. van, Hornsveld, H.K. & Koolstra, T. (2015). EMDR en schematherapie. In: Oppenheim, Hornsveld, ten Broeke en de Jongh (red.) Praktijkboek EMDR deel II. Toepassingen voor nieuwe patiëntengroepen en stoornissen. Amsterdam: Pearson. p493-533. .   Driessen, A. & ten Broeke, E  (2014). Schematherapie en EMDR gecombineerd bij complexe traumagerelateerde problematiek. In: Gedragstherapie, jaargang 47, nummer 3, pp. 232 – 249.

‘Een oude vos verliest wel zijn haren, maar niet zijn streken’.

door Renske Bouman en Sylvia van Dijk

Eén op de drie ouderen die verwezen wordt naar de ouderenpsychiatrie kampt in meer of mindere mate met (comorbide) persoonlijkheidsproblematiek of chronische AS-1 problematiek. Voor volwassenen met een persoonlijkheidsstoornis is inmiddels aangetoond dat schematherapie een effectieve behandeling is. Voor 60-plussers zijn de eerste ervaringen met deze therapie ook positief. Ouderen blijken goed tot verandering in staat en schematherapie blijkt ook een positief effect op symptomen van angst en depressie te hebben. Omdat ouderen minder gewend zijn te praten over hun emoties werd de groepsschematherapie verrijkt met psychomotorische therapie. Tijdens de psychomotorische therapie ligt de nadruk op het herkennen en veranderen van schema’s en modi in een praktische oefensituatie, waarin de context manipuleerbaar is en waarin volop geëxperimenteerd kan worden.In deze workshop wordt het theoretisch kader van persoonlijkheidsparhologie bij ouderen, de aanpassingen voor schematherapie bij ouderen en de innovatieve module uiteengezet aan de hand van de meest recente literatuur. Er is een multicenter RCT gestart om de effecten van deze module empirisch te objectiveren. We kunnen uit ervaring spreken over de pilot die aan dit onderzoek vooraf ging. Uiteraard zal in de workshop ook de daad bij het woord gevoegd worden en zal met de deelnemers een aantal schematherapeutische lichaamsgerichte oefeningen gedaan worden. Hierdoor kan door de deelnemers aan den lijve ervaren worden hoe verbindend de theorie en praktijk kunnen zijn.

SAMENGESTELD ONDERZOEKSSYMPOSIUM

Hoeveel psychotherapie is nodig?

door Marit Kool

Achtergrond: Depressies en persoonlijkheidsstoornissen komen vaak gezamenlijk voor. Cliënten met deze combinatie van stoornissen hebben een hoge lijdensdruk en de maatschappelijke kosten ten gevolge van hun problematiek zijn hoog. Er is weinig onderzoek gedaan naar de effectiviteit van behandelingen voor deze specifieke groep. Ook is niet bekend hoeveel therapie nodig is om een goed en duurzaam effect te bereiken. Deze studie heeft als doel twee therapie-doseringen met elkaar te vergelijken; 25 vs. 50 sessies in een jaar. We verwachten dat de 50-sessie conditie effectiever is in de behandeling van depressie en in het vasthouden van het resultaat door een groter effect op persoonlijkheidsmaten. We verwachten geen verschil tussen schematherapie en kortdurende psychoanalytische steungevende psychotherapie. Therapie-specifieke en niet-specifieke veranderingsmechanismen worden als secundaire maten meegenomen in het onderzoek.
Methode: In een gerandomiseerde studie met een 2×2 factorial design, worden 200 cliënten met een depressie en een persoonlijkheidsstoornis geïncludeerd. Alle deelnemers hebben zich aangemeld bij het NPI, specialist in persoonlijkheidsstoornissen in Amsterdam. Clienten worden dubbel gerandomiseerd: over dosering (25 vs 50 sessies) en over therapievorm (schematherapie vs kortdurende psychoanalytiche steungevende psychotherapie). De primaire uitkomstmaat is depressie-ernst en remissie van depressie. Veranderingen in persoonlijkheidsfunctioneren en kwaliteit van leven worden onderzocht als secundaire uitkomstmaten. Daarnaast worden enkele modererende en mediërende factoren gemeten en wordt een economische evaluatie verricht. Er zijn acht digitale metingen voor cliënten en drie onderzoeksgesprekken gedurende twee jaar.
Discussie: Dit is de eerste studie waarbij twee psychotherapie doseringen vergeleken worden bij cliënten met zowel een depressie als persoonlijkheidsstoornis(sen). Inzicht in het effect van psychotherapie-dosering voor deze patiëntengroep zal bijdragen aan een hogere behandeleffectiviteit en zal uiteindelijk leiden tot lagere maatschappelijke kosten. Daarnaast zal dit onderzoek bijdragen aan de evidentie voor de behandeling van cliënten met zowel een depressie als een persoonlijkheidsstoornis. Ten slotte hopen wij met dit onderzoek meer zicht te krijgen op processen die leiden tot therapeutische verandering om zo een stapje dichterbij het antwoord te komen op de vraag: “wat werkt voor wie”?
Trial registratie: Het onderzoek is geregistreerd op 20 juli 2016 bij het Nederlands Trial Register (NTR5941).

A new perspective on the assessment of early maladaptive schemas

door Duygu Yakin

The accurate assessment of an early maladaptive schema (EMS) schemas can be challenging yet it is crucial for an effective schema therapy practice. Possible biases and problems regarding a quantitative assessment of the schemas were mentioned by a variety of researchers. In order to get a better understanding on that issue, present study aims identify ems-related themes in early childhood memories. First, Young Schema Questionnaire was filled by 296 participants (179 female, 117 male) whose ages ranged from 17 to 52 years (M = 26.85 ± 7.07). Later on, face-to-face interviews were conducted with 10 participants (5 female, 5 male) whose ages ranged from 20 to 32 years, who are chosen based on having high scores in the disconnection-rejection domain. In order to identify schema-related themes for data coding, participant’s early recollection narratives triggered by cards selected from The Bernstein iModes were utilized. Later on, schema-related themes represented in these narratives were coded and results were analyzed via deductive qualitative content analysis using MAXQDA. Results revealed that early maladaptive schemas frequently displayed in the narratives of the participants. Moreover, participants are more likely to reveal their deprived sides when they are in an actual communication with the researcher. In this regard, present study provides further information about a new perspective on the assessment of EMSs while we often cut corner in our efforts to conduct qualitative research with larger amounts of data.

Validering van de schemavragenlijst in Vlaanderen

door Els Pauwels, Laurance Claes en Eva Dierckx

Jeffrey Young stelt in zijn schema theorie dat disfunctionele schema’s aan de grondslag liggen van psychologische problemen en persoonlijkheidspathologie. Hij ontwikkelde de schema therapie om deze problemen te behandelen. Om deze disfunctionele schema’s in kaart te brengen, ontwikkelde Young de schemavragenlijst (YSQ), die veelvuldig gebruikt wordt in de klinische praktijk.
In deze presentatie zullen we in eerste instantie een overzicht geven van verschillende studies die zich focussen op de validiteit en betrouwbaarheid van de YSQ (2e editie) in klinische en niet-klinische steekproeven in Vlaanderen. Studie 1 richt zich op de validering van de lange versie van de YSQ bij patiënten met een verslaving of een eetstoornis in een steekproef van 569 patiënten. Studie 2 focust op de validering van een verkorte versie van de YSQ in een niet-klinische steekproef van 672 deelnemers. De resultaten bevestigen de 16 factoren-structuur van de YSQ in beide studies en tonen goede psychometrische eigenschappen van de YSQ op vlak van betrouwbaarheid.
In tweede instantie willen we specifiek ingaan op het verband tussen schema’s en psychopathologie. In studie 3 gaan we verschillen na tussen schema’s in functie van de verschillende subtypes eetstoornissen met en zonder zelfverwondend gedrag (N=491). Studie 4 gaat in op de verschillen tussen schema’s bij vrouwen met een eetstoornis en vrouwen met een verslaving(N=348). Resultaten tonen aan dat verschillen en gelijkenissen in schema’s een belangrijke rol spelen in het ontstaan en in standhouden van psychopathologie en hun comorbiditeit. De verschillende studies tonen aan de YSQ een betrouwbaar en valide instrument is dat ingezet kan worden in de Vlaamse populatie en klinische steekproeven.

Het effect van beeldende therapie bij patiënten met persoonlijkheidsstoornissen

door Suzanne Haeyen

In de geestelijke gezondheidszorg is beeldende therapie een veel gebruikte vorm van behandeling voor mensen met persoonlijkheidsstoornissen. Vaak wordt de werkwijze gebaseerd op schematherapie en wordt beeldende therapie gecombineerd met gesprekstherapie. Beeldende therapie wordt dan gericht op werken vanuit de basisbehoeften, het uitbeelden van verschillende modi en doelen m.b.t. veranderen van patronen. Beeldende therapie mist echter een degelijke wetenschappelijke onderbouwing. Daarom hebben wij een gerandomiseerde gecontroleerde trial uitgevoerd om de effecten van beeldende therapie op psychologische functioneren en welzijn te onderzoeken. In deze studie werden 74 volwassen deelnemers willekeurig toegewezen aan (1) een wekelijkse beeldende therapie groep (1,5 uur, 10 weken) of (2) een wachtlijstconditie. Deelnemers waren allen gediagnosticeerd met een persoonlijkheidsstoornis cluster B/C (SCID-II) en geïndiceerd voor poliklinische behandeling. Het beeldende therapie interventieprotocol was gebaseerd op elementen van Schema gerichte therapie. De primaire uitkomstmaten waren gericht op: aanvaarding van ervaringen/vermijden van onaangename innerlijke ervaringen, welzijn, mate van aanwezigheid van adaptieve en maladaptieve schemamodi en het niveau van psychische klachten. In deze presentatie worden de resultaten van deze studie besproken en implicaties voor de klinische praktijk beschouwd.

Modi en Verslaving

door Michiel Boog en Klaartje van Hest

Schematherapie in de verslavingszorg is tamelijk onontgonnen terrein. Er is nog weinig bekend over welke rol modi spelen in verslavingsproblematiek.In deze presentatie worden de resultaten getoond van een exploratieve studie naar specifieke modi bij patiënten met stoornissen in het gebruik van cocaïne en alcohol. Deze onderzoeksresultaten zullen vervolgens verlevendigd worden met behulp van klinische casuïstiek.

Changes in Mode en Symptom Severity during Group Schema Therapy

door Jasper van Rhijn

Schema therapy is an evidence based and cost-effective treatment for borderline personality disorder with a low drop out. There is relatively little research about the efficacy of schema therapy for other personality disorders. The same applies to group schema therapy although the first results are promising.
Objective: The aim of this study was to investigate if symptom changes would occur early in the treatment and if these changes could be related to schema mode changes. Furthermore, we investigated if early changes in mode severity could predict changes in symptom severity in the consecutive phase of treatment (3-6 months).
Design and method: thirty-eight heterogeneous psychiatric outpatients who attended a schema group therapy based on the treatment manual of Farrell and Shaw were included as participants. In this naturalistic design with three measuring moments, data were available on the Symptoms Questionnaire 48 and the Schema Mode Inventory. Results: after six months of treatment 25.0% of the patients showed a significant reduction in severity of psychiatric symptoms. Maladaptive Coping modes and Dysfunctional Parent modes showed a significant reduction and Healthy modes increased significantly after six months of treatment. Changes in mode severity during the first three months did not predict changes in symptom severity after six months of treatment.
Conclusions: significant changes in mode severity do occur early in the treatment, although reduction in symptom severity is modest. Changes in mode severity during the first 3 months could not predict changes in symptom severity in the 3-6 months phase of treatment.

Key Practitioner Message:
• Maladaptive Coping modes and Dysfunctional Parent modes showed a significant reduction and Healthy modes increased significantly early in the treatment.
• Schema therapy is not initially aimed at reducing symptom severity but on the changes in dysfunctional modes that underlie symptoms.
• Change begins from the beginning of the treatment.

PRESENTATIE

 

Schemagroep bij vrouwen die slachtoffer zijn van seksueel geweld en/of uitbuiting en gedwongen migratie

door Linda Verhaak, Sanne de Klein, Saskia Bieleveldt en Alida de Wit

Deze workshop zal de deelnemers informeren over de ontwikkelingen in het behandelaanbod bij Equator Foundation voor slachtoffers van seksueel geweld met zowel PTSS klachten door recent seksueel geweld, als een borderline persoonlijkheidsstoornis vaak ten gevolge van vroegkinderlijk trauma.
Gewerkt wordt met een dagbehandelingsstructuur, waarbinnen het Farrel en Shaw model wordt gehanteerd, en een combinatie wordt gemaakt van een meer cognitief groepselement en een PMT groepstherapie. Daarnaast ontvangen de patiënten een artsencontact, maatschappelijk werk en individuele traumatherapie (EMDR/ NET/ Schematherapie) op een andere dag in de week.
Veel nadruk ligt op verbinding tussen de patiënten, en de patiënten en het team. De therapeuten werken in nauwe samenwerking samen rondom deze groep patiënten in een multidisciplinair schematherapie team.
Het interculturele karakter van de groep en de bijzondere positie van patiënten in de maatschappij van grote invloed op de behandeling. Daarnaast is het van belang dat het behandelaanbod een cultuursensitief karakter heeft. Het modusmodel blijkt goed aan te sluiten bij mensen van diverse culturele achtergronden. Soms moeten aanpassingen worden gemaakt in het werken met het model, hierover worden ervaringen en bevindingen gedeeld en oefeningen samen gedaan.