Schematherapie

voor persoonlijkheidsproblematiek

WORKSHOP RONDE 2

WORKSHOP RONDE 2 – 15.00 – 16.30

Gevorderde meerstoelentechnieken: De kracht van verbinding in de groep

door Maria Rocher en Sigrid Geertzema

In de workshop zullen we werken vanuit het Group Schema Therapy Model van Farrell en Shaw. Verbinding en veiligheid in de groep creëren, is de belangrijkste taak van de therapeuten in de eerste fase van een groepstherapie. Therapeuten verbinden vaak wel zelf met hun cliënten, maar de verbinding versterken tussen groepsleden wordt soms vergeten en is moeilijker om tot stand te brengen. Deze verbinding is juist essentieel om de resultaten van therapie te leren generaliseren en te verbreden naar andere personen dan alleen het vertrouwen in de therapeuten. Door goed in te zetten op verbinding kun je daarna meer de diepte in en wordt er meer gedeeld en zijn mensen tevens beter in staat om uit hun beschermers te stappen. In de GST worden verschillende experiëntiële technieken gebruikt. De meerstoelentechniek is een techniek die gebruikt wordt om cliënten bewust te maken van hun modi en de onderlinge samenhang hiertussen te laten ervaren. Op den duur kan de cliënt leren om zelf uit modi te stappen en meer in de gezonde volwassene/goede ouder te komen. We laten verschillende creatieve manieren zien om stoelentechnieken toe te passen in de groep. We bouwen de complexiteit en verdieping op binnen deze technieken om cliënten steeds beter in staat te stellen uit hun beschermers te komen en in verbinding te komen met hun eigen kwetsbare kind en hun behoeftes. Het gebruik van fleece is hierbij een krachtig en mooi middel om verbinding tot stand te brengen. We laten in deze workshop zien hoe je op verschillende manieren de fleece kunt inzetten om de verbinding te versterken tussen groepsleden onderling en de therapeuten. Cliënten hebben als kind vaak onveiligheid of eenzaamheid ervaren. De groep biedt de uitgelezen kans om te leren verbinden en tegemoet te komen aan de behoeftes. De verbinding in de groep wordt zo de stimulans voor cliënten om door te zetten langs hun eigen beschermers. Daarnaast laten we zien hoe het gebruik fleece de kracht van stoelentechnieken kan vergroten. We bieden een interactieve workshop waar we een groepstherapie zullen simuleren met de deelnemers. Hier is de gelegenheid om te oefenen met deze technieken en zelf te ervaren hoe belangrijk een goede verbinding is.

Schematherapeutisch werken met (moeilijke) jongeren, hun ouders en behandelteams

door Marjolein van Wijk en Titina Chabot.

Hoewel onderzoek naar Schematherapie bij jongeren nog in de kinderschoenen staat, wijzen de eerste resultaten op positieve effecten. Schematherapie wordt dan ook steeds vaker ingezet in de behandeling van jongeren met uiteenlopende problematiek. In deze interactieve workshop illustreren en oefenen we Schematherapeutische technieken om met jongeren, hun gezinnen en behandelsystemen te werken. We maken daarbij gebruik van o.a. videomateriaal, schemamodi-gerichte oefeningen en rollenspel. De eerste wetenschappelijke studies naar de effecten van Schematherapie bij deze doelgroep wijzen uit dat Schematherapie goed toepasbaar is bij jongeren met persoonlijkheidsproblematiek en zowel internaliserende als externaliserende gedragsproblemen. Hoewel (trekken van) persoonlijkheidsstoornissen nog niet altijd als zodanig (h)erkend worden in jongeren, is uit onderzoek gebleken dat persoonlijkheidsstoornissen ook in jongeren valide begrippen zijn en veelvuldig voorkomen. Onderzoekers wijzen er zelfs op, dat het miskennen van deze diagnose kan leiden tot een behandeling die de (gedrags)problemen van de jongere in stand houdt of zelfs verergert. Hoewel grootschalige studies naar de effectiviteit van Schematherapie bij jongeren nog ontbreken, zijn er aanwijzingen dat Schematherapie effectief is bij deze doelgroep. Gezien de leeftijdsfase van jongeren is het van belang om in de Schematherapie aandacht te hebben om ouders bij de behandeling te betrekken, maar om tegelijkertijd oog te hebben voor hun autonomie. Daarnaast is het van belang om nauw samen te werken met andere behandelaars, zeker indien er sprake is van opname in een residentiële setting. In deze workshop komen al die aspecten aan bod, waarbij bijzondere aandacht zal zijn voor het motiveren van jongeren die weerstand vertonen tegen behandeling. De focus ligt niet zozeer op schema’s, maar op schemamodi: Welke modi staan behandeling of een therapeutische relatie in de weg? Hoe kun je die modi bestrijden en gezonde modi stimuleren? Welke modi, bij zowel jongere als ouders of andere gezinsleden, staan positieve gezinsinteracties in de weg? Hoe kun je die samen met het gezin ombuigen? Welke modi spelen een rol in de interactie tussen jongere en behandelaren (bijv. therapeut of groepswerkers)? Hoe zorg je ervoor dat behandelteams gericht blijven op het (h)erkennen van de modi en responsief zijn op de basisbehoeften van de jongere? Na een korte, theoretische inleiding zal er vooral veel tijd zijn voor illustraties, oefeningen en vragen ten aanzien van casuïstiek. Aan het eind van de workshop zullen de deelnemers inzicht hebben verkregen in de do’s en don’ts met betrekking tot het Schematherapeutisch werken met (moeilijke) jongeren, hun ouders en behandelteams. Bovendien zullen zij geoefend hebben met het gebruik van Schematherapeutische technieken in het werken met in deze doelgroep.

Boosheid; verwijdering of verbinding?

door Remco van der Wijngaart & Hannie van Genderen

Voor veel therapeuten zijn de meest uitdagende situaties binnen schematherapie de momenten dat de client boos wordt: De cliënt is prikkelbaar en weigert steeds geïrriteerder om de oefeningen te doen die de therapeut voorstelt. De cliënt wordt dreigend boos wanneer hij voelt dat de therapeut zich niet respectvol genoeg gedraagt. De cliënt ontsteekt zonder duidelijke aanleiding in een woede uitbarsting waarin alle ervaren onrecht eruit gespuwd wordt. Soms is de agressie en boosheid wat verhuld en gedraagt de cliënt zich neerbuigend en kleinerend. Therapeuten kunnen heel verschillend reageren op dergelijke vormen van boosheid. Sommige therapeuten vinden boosheid zo lastig dat ze het bij voorbaat proberen te vermijden dat de cliënt ontevreden of boos zou kunnen worden. Boze cliënten kunnen echter ook gevoelens oproepen van angst, tekortschieten of falen in de therapeut waardoor de therapeut zich angstig en onzeker voelt of misschien zelf boos wordt. Met dergelijke schema interacties leiden boze modi al snel tot verwijdering in de therapeutische relatie. Maar boosheid kan ook een weg zijn naar meer verbinding; zo worden door boze kindmodi en de boze gezonde volwassene behoeften en grenzen gevoeld. Het uiten van boosheid vanuit deze modi kan dan leiden tot meer verbinding in de therapeutische relatie. Het is dus belangrijk dat de therapeut in staat is de verschillende vormen van boosheid goed te differentiëren en te hanteren. In deze workshop leren de cursisten op de eerste plaats om goed te differentiëren tussen de verschillende vormen van boosheid. De leidende vraag daarbij is ‘Vanuit welke modus toont de cliënt de boosheid?’. De cursisten zullen leren om boze modi beter te hanteren met gebruik van specifieke methoden en technieken. Doelstelling van de workshop is dat cursisten beter in staat zijn met boosheid in de therapeutische relatie om te gaan. Met die doelstelling heeft de workshop een afwisselend en levendig karakter; korte inleidingen worden afgewisseld met demonstraties middels rollenspellen of dvd-fragmenten om vervolgens zelf te oefenen met de getoonde methoden en technieken in kleine groepjes. Onderwerpen die aan bod zullen komen: -Herkennen en differentiëren van alle mogelijke boze modi, -Het hanteren van: Boze Beschermer, Zelfverheerlijker, Boze Kind modus, Razende Kind, Boze Straffende Ouder en Gezonde Volwassen boosheid -Een keuze uit: Empathische confrontatie, grenzen stellen, imaginatie met rescripting, meerstoelen techniek, therapeutische relatie en eigen schema’s

Helpers en helden gezocht!

door Karin Frijters, Tjerk Jan Haga en Nicole Strijbos

Helpers en Helden gezocht! Helpers en Helden is een aanpassing van reguliere forensische Schemagerichte Cognitieve Therapie (SCT) ten behoeve van cliënten met een licht verstandelijke beperking en persoonlijkheidsproblematiek. Met dit gratis te verkrijgen programma wordt de verbinding gezocht tussen therapeut en deze doelgroep. Het behandelprogramma is door FPC de Rooyse Wissel en Trajectum tot stand gekomen in het kader van het programma Kwaliteit Forensische Zorg (KFZ). Het behandelprogramma draagt bij aan het verminderen van probleem- en/of delictgedrag en het versterken van competenties en zelfgevoel bij cliënten, zodat zij gebruik blijven maken van hun interne en externe Helpers en Helden. Deze term verwijst naar gezonde kanten (modi) van de cliënt en hun steunsysteem. Met de ontwikkeling van het programma beogen we dat behandelaren voldoende handvatten hebben om Schemagerichte Cognitieve Therapie toe te passen bij cliënten met een licht verstandelijke beperking, zodat ook zij kunnen profiteren van deze werkzame therapeutische interventie. De cognitieve insteek wordt ondersteund door psycho-educatie en er wordt gebruik gemaakt van verschillende (visuele) hulpmiddelen, afgestemd op de LVB-kenmerken.. In deze presentatie worden de kernelementen van het behandelprogramma gepresenteerd en stil gestaan bij de ervaringen uit de pilot. Ook wordt gedemonstreerd hoe de verschillende kanten (modi) herkend worden en hoe het kantenmodel in elkaar steekt. Keulen-de Vos, M.E., Frijters, K., Haga T., Lansink, L., Strijbos, N., de Vries, E., & Wilms, W. (2016). Helpers en Helden: schemagerichte therapie voor forensische cliënten met een licht verstandelijke beperking. Utrecht: Kwaliteit Forensische Zorg (KFZ).

‘Stevig blijven in de storm’ Hoe je als therapeut bruggen kunt leggen tussen tegengestelde behoeften als autonomie en realistische grenzen

door Judith Hollands, Wiesette Krol, Guido Sijbers en Judith Vanhommerig

Op een zeker punt in de (groeps)schematherapie behandeling krijg je als therapeut te maken met contrasterende basisbehoeften bij de client. Deze wil autonoom worden, zelf keuzes maken en richting kiezen, mede gebaseerd op het gemis van vroeger. Enerzijds wil je dit als therapeut stimuleren. Anderzijds is dit ook vaak de fase waarin er realistische grenzen gesteld worden aan de client. De gezonde volwassene is nog onvoldoende ontwikkeld waardoor de therapeut grenzen gaat stellen aan ongezond gedrag. Er wordt druk en richting gegeven om te komen tot verandering en doorbreken van destructieve patronen. Dit levert conflicten op.Tussen de client en de therapeut, waarbij de client druk en grenzen van de therapeut verward met de ongezonde druk en grenzen van vroeger. En onder groepsleden, groepsgenoten hebben vaak een realistischere kijk op de ontwikkeling van elkaar en als therapeuten stimuleren we elkaar te helpen en ondersteunen en ook op een gezonde manier te confronteren. Er ontstaat een uitdaging voor de therapeut om volhardend en consequent te zijn in het uitoefenen van gezonde druk om zodoende tot gezonde vervulling van de autonomie behoeften te komen. In deze workshop gaan we aan de slag met het onderwerp druk uitoefenen en tegelijkertijd autonomie bevorderen. Hoe pas je de druk aan, aan de ontwikkelingsfase van de cliënt. Hierbij houden we kleuter, kind, tiener en adolescent in gedachten. We demonstreren experientele oefeningen die nuttig zijn bij cluster B en/of cluster C-cliënten. We laten manieren zien hoe je de groep kunt inzetten in het opvoeren van druk en het stellen van grenzen. En bespreken hoe je in individuele gesprekken dit proces kunt steunen.Tijdens de gehele workshop is bovendien aandacht voor de complementaire samenwerking tussen psychotherapeut en vaktherapeut. Doelen van de workshop: Hoe beweeg je heen en weer tussen individuele therapie en groepstherapie met betrekking tot grenzen stellen? Hoe stimuleer je autonomie in verschillende fases van therapie? Hoe gebruik je zelfonthulling bij grenzen stellen en autonomiebehoefte? Hoe loopt de groei van het therapeutenteam parallel met de groei van clienten in grenzen stellen?

Schrijven moet blijven!

door Joost Beek

Een workshop waarin een warm pleidooi wordt gehouden voor het gebruik van schrijfopdrachten als alternatief voor , maar ook als voorbereiding op andere traumaverwerkingstechnieken als imaginatie , stoelentechniek of EMDR. Schrijfopdrachten worden in de schematherapie-literatuur weliswaar hier en daar kort genoemd, maar hebben tot mijn spijt geen grote plaats gekregen in de handboeken. Imaginatie en stoelentechniek, en sinds korter ook de EMDR , lijken “aan de winnende hand”. En dat terwijl deze relatief eenvoudig toe te passen techniek in de cognitieve gedragstherapie al tientallen jaren vaak gebruikt wordt, met aangetoond effect. In interactie met de aanwezigen zal stilgestaan worden bij de voordelen (en mogelijke nadelen) van schrijftherapie in vergelijking met andere traumaverwerkingstechnieken. Er wordt een instructie gegeven hoe deze techniek in de praktijk toegepast kan worden. Hierbij kan het gebruik van internet ervoor zorgen dat de cliënt, ook al zwoegt hij alleen, thuis, toch in verbinding blijft staan met de therapeut. Ook hier zoek ik de verbinding met de aanwezigen. Welke verbetermogelijkheden zien zij nog ten aanzien van de huidige procedure? Maar ook: welke valkuilen zijn aan te wijzen bij gebruik van schrijfopdrachten? Een en ander wordt in woord en beeld geïllustreerd aan de hand van enkele behandelingen uit mijn praktijk waarin de schrijftechniek nuttig is gebleken. Er worden videobeelden getoond van twee cliënten. De eerste van een cliënte (met ontwijkende persoonlijkheid) uit de beginjaren van de schematherapie, meer dan 20 jaar geleden. De tweede illustratie is van een onlangs afgesloten (forensische) behandeling van een cliënt met agressieproblemen die vertelt over zijn ervaringen met het schrijven van brieven aan zijn ouders en grootouders. Schrijfopdrachten zijn gericht op het veranderen van negatieve schemata of modi. Traumatische jeugdervaringen kunnen in brieven gereconstrueerd worden. Ook kan door middel van brieven het gekwetste kind getroost worden. Doel van de workshop is dat de deelnemers enthousiast worden om deze techniek (meer ) te gaan toepassen in hun schematherapieën. — Steekwoorden: traumaverwerking, schrijftechniek, schrijven van brieven aan bronnen van trauma, boze kind ventileren, verdrietige kind troosten, reconstructie schemata, demo therapiemateriaal, video-demo: interview client, uitwisselen ervaringen

Zelfonthulling binnen de therapeutische relatie: waarom niet?

door Wouter Stassen

Het thema zelfonthulling door de therapeut is een controversieel onderwerp in het domein van de psychotherapie. Binnen de schematherapie wordt het gezien als belangrijk onderdeel van limited reparenting. Het verstevigt de therapeutische relatie, kan cliënten het gevoel geven niet alleen te zijn met hun moeilijkheden en kan een modelfunctie vervullen. Onze eigen schema’s (bv. emotionele inhibitie, veeleisendheid) kunnen ons echter verhinderen om zelfonthulling effectief toe te passen. Deze workshop is ontworpen om ons te laten stil staan bij onze attitudes ten aanzien van zelfonthulling. Ieders grens ligt anders op dit vlak, maar het kan lonen om er eens actief mee bezig te zijn. De toon wordt gezet met een experiëntiële oefening die als doel heeft deelnemers te laten voelen hoe het is wanneer iemand zich in een professionele context bloot geeft. Vervolgens worden enkele theoretische overwegingen geschetst en is er ruimte voor een discussie over de do’s en don’ts van zelfonthulling. Een volgende experiëntiële oefening gaat over het ervaren van de eigen zelfonthulling. De resterende tijd wordt opgevuld met het bediscussiëren van casusmateriaal met als doel te illustreren hoe gerichte zelfonthulling toegang kan geven tot het gekwetst kind en schemacorrigerende ervaringen kan bewerkstelligen.

SYMPOSIUM

Nieuwe doelgroepen voor schematherapie

door Arjan Videler

Schematherapie werd oorspronkelijk ontwikkeld voor de behandeling van de borderline persoonlijkheidsstoornis bij volwassenen tot middelbare leeftijd. In de afgelopen jaren is de effectiviteit van schematherapie aangetoond voor de behandeling van de borderline persoonlijkheidsstoornis, maar ook voor cluster C, paranoïde, narcistische en histrionische persoonlijkheidsstoornissen. Tevens is er initieel bewijs voor de effectiviteit van schematherapie voor chronische depressies. Momenteel zijn diverse studies ontworpen naar andere patiëntgroepen die wellicht kunnen profiteren van schematherapie.
In dit symposium wordt ingegaan op een aantal van die doelgroepen. Sommig onderzoek is recent afgerond, zoals naar schematherapie bij ouderen met cluster C persoonlijkheidsstoornissen. Andere studies zijn gaande, zoals naar de effectiviteit van volwassenen met autismespectrumstoornissen en comorbide persoonlijkheidsstoornissen, trauma bij eetstoornis-patiënten met ernstig ondergewicht en alcoholafhankelijkheid en comorbide borderline persoonlijkheidsstoornissen. Schematherapie is volop in beweging. Om dergelijke nieuwe doelgroepen optimaal te bedienen, zijn soms aanpassingen nodig. In dit symposium wordt een inkijk gegeven in de meest recente innovaties van schematherapie.

Schemagerichte therapie bij volwassenen met ASS en comorbide persoonlijkheidsstoornis

door Richard Vuijk

Introductie: Uit onderzoek blijkt dat persoonlijkheidspathologie en persoonlijkheidsstoornissen frequent voorkomt bij volwassenen met ASS. Studies naar de behandeling van de persoonlijkheidsproblematiek bij deze doelgroep zijn voor zover ons niet bekend. We weten niet of volwassenen met ASS baat hebben bij een behandeling die zich richt op de persoonlijkheidsproblematiek. Het doel van deze studie is de effectiviteit van een schemagerichte therapie voor volwassenen met ASS en comorbide persoonlijkheidsstoornis te onderzoeken. We onderzoeken daarbij of men kan profiteren van cognitief-gedragstherapeutische en experiëntiële interventies.
Materiaal & methoden: Deze studie is een multiple baseline case series study. Omdat nog niet eerder onderzoek naar deze behandelmethode bij ASS is verricht en dus niets bekend is over de werkzaamheid van schematherapie bij deze doelgroep betreft deze studie een eerste fase studie. De studie bestaat uit 12 deelnemers vanaf 18 jaar met ASS en comorbide persoonlijkheidsstoornis die in behandeling zijn of aangemeld werden voor behandeling bij Sarr Expertisecentrum Autisme te Rotterdam. De behandeling bestaat uit 35 wekelijkse sessies i.e. een 5-weekse exploratiefase met wekelijkse sessies waarin het actuele en vroegere functioneren, de psychische problemen en schema modi worden geëxploreerd en informatie over de behandeling verstrekt wordt. Daarop volgen 15 wekelijkse sessies met cognitief-gedragstherapeutische interventies en 15 wekelijkse sessies met experiëntiële interventies. Met welke interventies de behandeling start wordt door toeval bepaald. De behandeling wordt voorafgegaan met een baseline van 5 tot 10 weken en afgerond met ,
een follow-up fase van 10 maandelijkse sessies. Er zijn 7 meetmomenten met vragenlijsten en interviews.
Resultaten: In deze interactieve lezing wordt u een inkijk gegeven in de opzet en inhoud van de behandeling van volwassenen met autisme met persoonlijkheidsproblematiek middels schematherapie. Resultaten worden medio 2018 verwacht.
Conclusie: Schematherapie blijkt tegen de verwachting van velen toepasbaar bij volwassenen met ASS, mits de technieken worden aangepast.

Literatuur
Vuijk, R., & Arntz, A. (2017). Schema therapy as treatment for adults with autism spectrum disorder and comorbid personality disorder: protocol of a multiple-baseline case series study testing cognitive-behavioral and experiential interventions. Contemporary Clinical Trials Communications, 5, 80-85.

Behandeling van trauma bij patiënten met eetstoornissen en ernstig ondergewicht

door Marieke ten Napel

Introductie: Naar schatting hebben tussen 10 en 47 % van de patiënten met anorexia een comorbide post-traumatische stress stoornis (PTSS) (Gleaves, Eberenz, May, 1998; Rodriques et al., 2011;Tagay, Schlegl, Senf, 2010). Deze patiënten, met een historie van traumatische ervaringen, zijn doorgaans veel moeilijker behandelbaar in de klinische praktijk dan patiënten met eetstoornissen zonder zulke ervaringen. Studies hebben gevonden dat zij meer terugvallen, slechter reageren op behandeling of de behandeling voortijdig beëindigen (Carter et al., 2006; Rodriquez et al., 2011). Onderzoek is nodig om te onderzoeken of behandeling kan worden aangepast voor de patiënten, opdat de behandeluitkomsten verbeteren. Het is echter bekend dat de noodzaak voor verbetering van de voedingstoestand niet onderschat moet worden. Verondersteld wordt immers dat ondergewicht en/of ondervoeding het cognitief functioneren onderdrukt en dat dit de effectiviteit van psychotherapie negatief beïnvloedt (Kaye et al., 2003, Woodside & Staab, 2006). Daarom is het gangbaar in Nederland om tijdens de gewichtsverbetering alleen steunende behandeling of cognitieve therapie te bieden en pas te starten met psychotherapie als het gewicht (vrijwel) genormaliseerd is. Traumagerelateerde problemen worden daarom pas behandeld in de latere fasen van behandeling – of worden in het geheel niet behandeld. Echter, voor deze behandelrationale is geen enkele empirische onderbouwing.
Materiaal & methoden: In overeenstemming met de opvattingen van Brewerton (2007) en Rodriquez et al., (2011) om onderliggend trauma in een eerdere behandelfase reeds te behandelen, wordt momenteel onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheid om trauma’s reeds te behandelen tijdens de gewichtsverbetering met imagery rescripting (Arntz, 2015) voor hun PTSS.
Tien patiënten worden gevolgd tijdens hun traumabehandeling in de gewichtsverbeteringsfase, gebruikmakend van een randomized single case series design. De traumagerelateerde symptomen, bijkomende problemen, BMI, andere kenmerken van de eetstoornis, emotieregulatie-problemen worden regelmatig gemeten. Verder vindt kwalitatief onderzoek plaats om meer inzicht te krijgen in ervaringen van patiënten en therapeuten tijdens de gewichtsverbeteringsfase. Dit vindt plaats door middel van diepte-interviews, intervisie-observatie, video-opnames bij elke patiënt en elke therapeut.
Resultaten: Het onderzoek loopt momenteel. Ervaringen en eerste indrukken worden gepresenteerd.
Conclusie: Het idee dat traumabehandeling pas kan bij eetstoornispatiënten met ernstig ondergewicht lijkt contraproductief. De eerste ervaringen wijzen dit althans uit.

Literatuur
Arntz, A. (2015). Imagery Rescripting for PTSD related to childhood traumas: Treatment Protocol for the IREM study, version 1.1. Internal Document, University of Amsterdam.
Brewerton, T.D. (2007). Eating disorders, trauma, and comorbidity: Focus on PTSD. Eating Disorders, 15, 285-304.
Carter, J.C., Bewell, C., Blackwell, E., & Woodside, D.B. (2006). The impact of childhood sexual abuse in anorexia nervosa. Child Abuse & Neglect, 30,257-269.
Gleaves, D. H., Eberenz, K. H., & May, M. C. (1998). Scope and significance of posttraumatic symptomatology among women hospitalized for an eating disorder. International Journal of eating Disorders, 24, 147-156.
Kaye, W.H., Barbarich, N.C., Putnam, K., Gendall, K.A., Fernstrom, J., Fernstrom, M., et al. (2003). Anxiolytic effects of acute tryptophan depletion in anorexia nervosa. International Journal of Eating Disorders, 33, 257-267.
Reyes-Rodríguez, M. L., Von Holle, A., Ulman, T. F., Thornton, L. M., Klump, K. L., Brandt, H., … Bulik, C. M. (2011). Posttraumatic stress disorder in anorexia nervosa. Psychosomatic Medicine, 73(6), 491–497.
Tagay, S., Schlegl, S. and Senf, W. (2010), Traumatic events, posttraumatic stress symptomatology and somatoform symptoms in eating disorder patients. Eur. Eat.
Disorders Rev., 18: 124–132.
Woodside, B.D., & Staab, R. (2006). Management of psychiatric comorbidity in anorexia nervosa and bulimia nervosa. CNS Drugs, 20, 655-663.

Schematherapie bij borderline-persoonlijkheidsstoornis en alcoholverslaving

door Michiel Boog

Introductie: Alcoholverslaving en persoonlijkheidsstoornissen komen veel samen voor: 44% tot 79% van mensen met een verslaving heeft een persoonlijkheidsstoornis. Met name borderline persoonlijkheidsstoornissen en alcoholverslaving komt veel samen voor. Experts adviseren een geïntegreerde behandeling van beide problematieken (vanwege het feit dat de behandeling van een verslaving duidelijk moeilijker verloopt wanneer er sprake is van een persoonlijkheidsstoornis en vanwege de verwevenheid van de problematieken), maar over deze geïntegreerde aanpak is zeer weinig bekend.
Doel van deze studie is de effectiviteit van schemagerichte therapie voor volwassenen met alcoholverslaving en een comorbide borderline persoonlijkheidsstoornis te onderzoeken.
Materiaal & methoden: Daarom voeren we op dit moment een studie uit (case series study, n=20, gemiddeld 80 sessies per patiënt, 2 sessies per week) naar de werkzaamheid van schematherapie bij patiënten met een borderline-persoonlijkheidsstoornis en een alcoholafhankelijkheid. Deze studie is een multiple baseline case series study. De behandeling bestaat uit 80 sessies schematherapie, dosering twee keer per week.
Resultaten: In de presentatie wordt de onderzoeksopzet gepresenteerd, maar vooral wordt ingegaan op de aanpassingen aan schematherapie voor deze doelgroep en de klinische ervaringen.
Conclusie: Hoewel alcoholverslaving en borderline persoonlijkheidsstoornissen vaak samen voorkomen, is het klinisch gangbaar om beide aandoeningen niet simultaan te behandelen. Deze studie onderzoekt of schematherapie effectief is bij volwassenen met alcoholverslaving en een comorbide borderline persoonlijkheidsstoornis

Literatuur
Lee, C. W., & Arntz, A. (2013). A commentary on Ball et al’s (2011) study on dual focused versus single focused therapy for personality disorders and substance dependence: what can we really conclude? The Journal of Nervous and Mental Disease .

Schematherapie bij ouderen

door Arjan Videler

Introductie: Behandeling van persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen is een grotendeels onontgonnen terrein. In de klinische praktijk bestaat een grote behoefte aan toepasbare en effectieve behandelingen voor persoonlijkheidsstoornissen op latere leeftijd. Er heerst echter ook een therapeutisch nihilisme. Om die reden is er nog geen enkel empirisch onderzoek verricht naar psychotherapie van persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen.
Materiaal & methoden: multiple baseline case series design (N=8) om de effectiviteit van individuele schematherapie te testen voor cluster C persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen (63-76 years). Na een random baseline werden 40 wekelijkse schematherapie sessies geboden, gevolgd door 10 boostersessies. Data werden geanalyseerd met time series analysis en mixed regressie-analyses. Tevens werd een evidence-based case study verricht om mogelijke aanpassingen aan schematherapie bij ouderen te verkennen.
Resultaten: Individuele schematherapie bleek een zeer positief effect te hebben op cluster C persoonlijkheidsstoornissen op latere leeftijd. Na een baseline fase met random lengte, nam de geloofwaardigheid van dysfunctionele schema’s af met een grote effect size (d=7.8), welke effecten stabiel bleven in de follow-up fase. Zeven van acht patiënten voldeden niet meer aan de criteria van een persoonlijkheidsstoornis zoals gemeten met de SCID-II. Ten slotte werden vijf domeinen van mogelijke adaptaties van schematherapie gevonden die het effect van schematherapie bij ouderen zouden kunnen vergroten.
Conclusie: Tot op heden heerste een therapeutisch nihilisme aangaande de behandelopties van persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen. Deze studies vormen een eerste stap in de richting van een meer positieve attitude ten aanzien van de behandelbaarheid van deze doelgroep. Dit rechtvaardigt verder onderzoek naar schematherapie bij cluster B persoonlijkheidsstoornissen, maar ook replicatie in een RCT.