Nieuws

Wetenschappelijk onderzoek uitgelicht: Schematherapie bij jongeren met gedragsproblemen

De toepassing van schematherapie op jongeren wordt steeds populairder. Cursussen worden uit de grond gestampt en de eerste boeken worden er over geschreven. Maar empirisch bewijs voor de geschiktheid en effectiviteit van schematherapie bij jongeren is nog schaars. De afgelopen jaren deed de Conrisq Groep in samenwerking met de Universiteit Maastricht wetenschappelijk onderzoek naar zowel theorie als toepassing van schematherapie bij jongeren, in het bijzonder bij jongeren met gedragsproblemen. De resultaten zijn gebundeld in het proefschrift van Marjolein van Wijk-Herbrink (2018), dat HIER te downloaden is. Hieronder wordt een samenvatting gegeven van de wetenschappelijke studies en resultaten uit dit proefschrift.

In het eerste deel van het proefschrift wordt de theorie achter schematherapie gevalideerd bij jongeren. Bijna 700 jongeren vulden vragenlijsten in over hun schema’s, coping, schemamodi en gedrag. Uit dit onderzoek bleek dat schema coping en schemamodi, net als al bekend was over schema’s, valide begrippen zijn bij jongeren. Daarbij werden ook de Schema Coping Vragenlijst (12 items) en verkorte Schema Modi Vragenlijst (80 items) gevalideerd. Vervolgens werden unieke relaties tussen schema’s, coping en schemamodi onderzocht. De resultaten bevestigden dat een schema een coping-respons uitlokt, welke vervolgens een schema-modus activeert (mediatie). Daarnaast bleken deze relaties in sommige gevallen ook afhankelijk van de sterkte van de coping-respons (moderatie). Een interessante bevinding was ook, dat schema’s uit het domein Onverbondenheid en afwijzing kunnen leiden tot zowel internaliserende als externaliserende gedragsproblemen (afhankelijk van de coping-respons en geactiveerde schemamodi). Dit is een belangrijke aanwijzing dat een focus op onderliggende schema’s effectief kan zijn in het bestrijden van gedragsproblemen. Dit werd onderschreven door de resultaten van een experiment, die lieten zien dat het optreden van agressie bij jongeren met gedragsproblemen afhankelijk is van de aanwezigheid van (onder andere) het schema Verlating.

Het tweede deel van het proefschrift behandelt de toepasbaarheid en effectiviteit van schematherapie bij jongeren met externaliserende gedragsproblemen. Binnen de O.G. Heldringstichting, een instelling voor gesloten jeugdzorg, werd een pilot-onderzoek uitgevoerd met vier jongeren. Zij kregen individuele schematherapie en verbleven op een residentiële behandelgroep waar gewerkt werd vanuit schematherapeutische principes. Alle vier de jongeren lieten een verbetering zien met betrekking tot hun gedragsproblemen en tot hun schema’s en/of schemamodi. Dit pilot-onderzoek werd opgevolgd door een klinische trial naar de effectiviteit van zo’n schematherapeutische behandeling versus een standaardbehandeling binnen de gesloten jeugdzorg. Deze trial loopt nog tot en met 2019. Het proefschrift beschrijft tot slot nog een onderzoek naar de effecten van schematherapeutisch werken op de behandelgroep. De implementatie van het schematherapeutisch werken gebeurde aan de hand van Safe Path (Bernstein et al., 2014). In de eerste vier maanden werden nog geen significante verschillen gevonden tussen Safe Path groepen en Care-as-usual groepen (zoals beschreven in het proefschrift). Inmiddels is echter gebleken dat, een jaar na implementatie, Safe Path een positief effect had op het leefklimaat en op het gebruik van repressieve maatregelen zoals fysiek ingrijpen, separeren en (time-out) overplaatsingen naar een andere behandelgroep (van Wijk-Herbrink et al., in voorbereiding).

Samenvattend levert dit proefschrift een voorlopige wetenschappelijke basis waarop schematherapie kan worden toegepast op jongeren (met gedragsproblemen), en waarop vervolgonderzoek kan worden gestoeld.