Nieuws

Praktijk in beeld: instrumenteel of relationeel?

Als GZ-psycholoog werkzaam in de forensische GGZ heb ik geleerd om kleine successen te zien en te vieren. Dit bracht me op het idee om het volgende verhaal te delen via de nieuwsbrief. Op deze manier hoop ik vertrouwen te wekken in de mogelijkheden voor behandeling bij deze doelgroep die vaak als complex en moeilijk behandelbaar wordt gezien.

Circa een half jaar geleden ben ik een laagdrempelig behandelcontact aangegaan met een patiënt die al jarenlang in de TBS verbleef. Hij had meerdere therapieën en trainingen gevolgd en afgerond (gezonde volwassene), meestal in groepsverband.

Zijn ervaring tijdens zijn verblijf op de leefafdelingen was dat er weinig ruimte was voor interpersoonlijk contact (emotionele verwaarlozing) met personeel en dat er straffend werd gereageerd op zijn middelengebruik in de kliniek (straffende ouder). Ondanks zijn goede inzet in therapieën, stagneerde zijn voortgang door zijn blijvende middelengebruik (onthechte zelfsusser) en uiteindelijk zijn opstandige gedrag (boze kind) en het uit contact treden (boze beschermer/onthechte beschermer).

Zijn dossier doorspittend, ben ik me gaan afvragen of deze man in zijn langdurige klinische behandeling een langdurige vertrouwensband, een veilige hechtingsrelatie, heeft opgebouwd met een hulpverlener. Ik heb hem dit gevraagd, waarna de patiënt aangaf dit niet te hebben ervaren gedurende zijn behandeling en verblijf.

Zeker gezien de levensgeschiedenis van deze man vond ik dit een zorgelijk signaal. Het betreft een man wiens jeugd gekenmerkt is door onveilige en onbetrouwbare hechtingsfiguren. In het heden staat zijn schema Wantrouwen/Misbruik voorop in het aangaan van contacten met anderen. Hij geeft aan moeite te hebben zich aan regels te houden, omdat zijn ervaring is dat anderen dat ook niet doen. Hierdoor wordt hij gezien als opstandig en ongemotiveerd, met opnieuw negatieve reacties van anderen op zijn gedrag, waardoor zijn schema weer bevestigd wordt.

Mijn focus van de behandeling werd het aangaan van contact en het creëren van een vertrouwensband. Transparantie, echtheid: zeggen wat je doet, doen wat je zegt (voorspelbaarheid). Excuses aanbieden voor je fouten (veiligheid), zelfonthulling (verbinding), ruimte voor plezier (spontaniteit en spel), aansluiten bij de behoeftes en wensen van de patiënt en hem keuzes laten maken (autonomie).

Na een half jaar heb ik deze patiënt helaas moeten overdragen in verband met mijn zwangerschapsverlof. Hij belde een paar dagen daarna of ik langs wilde komen op zijn nieuwe afdeling. Met enige gezonde achterdocht ben ik naar hem toe gegaan: zou zijn motivatie voor het aangaan van dit contact van relationele of instrumentele aard zijn? En wat bleek: hij wilde laten zien waar hij terecht was gekomen, me succes wensen met mijn laatste werkweek en hij wenste me een goed verlof toe!