Schematherapie

voor persoonlijkheidsproblematiek

Lezingen

Schematherapie Congres 2017 – 29 september 2017 in Amsterdam

Verbinden – Schematherapie als schakel

Arnoud Arntz: Onderzoek en Implementatie van Schematherapie: een update

Arnoud Arntz

In deze bijdrage zal een update gegeven worden van de stand van zaken m.b.t. onderzoek naar Schematherapie (ST). Er wordt aandacht besteed aan de laatste klinische trials, waaronder David Bernstein’s forensische RCT, en procesonderzoeken, waaronder een Duitse studie naar ST voor koppels. Vervolgens wordt stilgestaan bij recente meta-analyses van behandelingen voor borderline persoonlijkheidsstoornis, die de relatieve lage dropout uit ST en de grote effecten van ST ondersteunen. Vervolgens zal stilgestaan worden bij de plaats van ST in de kwaliteitsstandaard persoonlijkheidsstoornissen, en daarmee samenhangend de uitdaging waarvoor wij gesteld zijn om ST zodanig te implementeren dat de behandeling ook beschikbaar komt voor degenen die hem het hardste nodig hebben. Geconcludeerd wordt dat de bottleneck niet in het aantal opgeleide therapeuten zit, maar in andere factoren.

Marleen Rijkeboer: Verbinden – Het verband tussen schema’s, coping stijlen en modi: empirische bevingen

Marleen Rijkeboer

Binnen schematherapie lijkt er een groeiend schisma te bestaan tussen mensen die volgens het schemamodel werken en zij die het schema modus model gebruiken. Theoretisch gezien zijn beide modellen echter nauw verbonden. Schema’s, modi en coping stijlen zijn de drie centrale concepten van schematherapie. Volgens Young et al (2003) verschillen schema’s van modi onder meer in dat  schema’s vooral ‘trait’ en modi vooral ‘state’ aspecten meten, waarbij modi een combinatie vormen van op dat moment geactiveerde schema’s en coping stijlen. Zo kan bijvoorbeeld de modus het kwetsbare kind worden begrepen als overgave aan geactiveerde schema’s als emotionele verwaarlozing en verlating. Om de specifieke relaties tussen schema’s, copingstijlen en modi te ontrafelen zijn er in Nederland en Duitsland diverse studies uitgevoerd. Tijdens de lezing passeren de resultaten van deze studies het voetlicht en worden de implicaties voor theorie en praktijk doorgenomen.

Guy Bosmans: (On)veilige gehechtheid als basis van Early Maladaptive Schemas: Onderzoeksevidentie en klinische implicaties

Guy Bosmans

Volgens Young’s schematheorie ontwikkelen Early Maladaptive Schemas (EMSs) zich in de context van een onveilige gehechtheidsrelatie. Toenemend onderzoek toont inderdaad aan dat gehechtheid en de ontwikkeling van gehechtheid begrepen moet worden als een schematheoretisch concept. In deze presentatie zal aangetoond worden dat veilig gehechte kinderen een schema ontwikkelen over zorg, terwijl onveilig gehechte kinderen meer kans maken om Early Maladaptieve Schemas te ontwikkelen. Deze bevindingen ondersteunen niet alleen het theoretisch denkkader van de schematheorie, ze bieden ook specifieke handvaten voor interventies gericht op het herstellen van breuken in de gehechtheidsrelatie. Dit zal geïllustreerd worden aan de hand van Attachment Based Family Therapy (ABFT). ABFT is een evidence based interventie die werd ontwikkeld voor de behandeling van depressieve en suicidale jongeren die onveilig gehecht zijn. Gedurende deze interventie komen jongeren samen met hun primaire zorgfiguren in behandeling om de gehechtheidsrelaties te herstellen. Het belang van deze aanpak wordt ondersteund door het grote effect dat ABFT heeft op de depressie en suïcidaliteit van de jongeren.